Macula degeneratie

Macula degeneratie is een aandoening van het centrale gedeelte van het netvlies, de macula (gele vlek), waardoor de gezichtsscherpte afneemt. Vaak wordt maculadegeneratie ‘slijtage’ van het netvlies genoemd.

De macula vormt het centrale deel van netvlies en zorgt voor het waarnemen van kleuren en kleine details, dus voor het scherpe zien. In de macula bevindt zich het grootste aantal van het type lichtgevoelige cellen, dat kleuren en contrast kan waarnemen: de kegeltjes.

Macula degeneratie ontstaat wanneer de kegeltjes in de macula afsterven. Dit veroorzaakt een achteruitgang van het gezichtsvermogen in het centrale, scherpe zien. Aangezien alleen het centrale deel van het beeld is uitgevallen, leidt macula degeneratie op zich niet tot volledige blindheid. Het is echter wel een veel voorkomende oorzaak van slechtziendheid.

Bij beschadiging of slijtage van de macula zijn de beelden, die u recht voor u uit ziet, wazig of ze vallen zelfs geheel uit. U ondervindt moeilijkheden met lezen en televisie kijken of u ziet kleuren fletser en lijnen kronkelig en vervormd. De beelden naast het centrale beeld kunt u echter wel normaal blijven zien. Uw gezichtsveld blijft intact. U blijft de omgeving zien.

Deze aandoening ontwikkelt zich vaak geleidelijk en totdat de macula al sterk is aangetast, kan het zijn dat u er weinig van merkt. Het is daarom belangrijk uw ogen regelmatig door een oogarts te laten controleren. Een tijdige opsporing van macula degeneratie is uiteindelijk altijd de beste bescherming tegen het verslechteren van het zien. Het is nodig onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van macula degeneratie.

Dit zijn de belangrijkste vormen

Juveniele macula degeneratie
Deze vorm komt voor op jonge leeftijd en is erfelijk. Het kan ook zijn, dat een ongeluk of een infectie deze vorm veroorzaakt. Vrijwel altijd zijn beide ogen aangetast.

Leeftijdgebonden macula degeneratie (LMD)
Deze vorm komt verreweg het meeste voor. De leeftijdgebonden macula degeneratie begint meestal na het vijftigste levensjaar. Ook kan slijtage van het netvlies ontstaan ten gevolge van andere ziekten (o.a. suikerziekte of bloedvatverstopping). Deze tekst zal verder voornamelijk ingaan op de leeftijdgebonden macula degeneratie. Bij leeftijdgebonden macula degeneratie zijn er twee belangrijke vormen te onderscheiden:

De ‘droge’ LMD
Deze vorm komt het meest voor en begint meestal na het vijftigste levensjaar. De oorzaak is het dunner worden en verslijten van het weefsel in de macula. Deze vorm begint als kleine bleekgele afzettingen, ‘drusen’ genoemd, die zich beginnen op te hopen in de macula. Het optreden van deze drusen gaat samen met vermindering van het aantal licht gevoelige cellen in de macula, waardoor het zien zal verslechteren. Dit is een sluipend en zéér langzaam verlopend proces, waarbij het vele jaren kan duren, voordat het zien achteruit gaat. Gewoonlijk zijn beide ogen min of meer gelijk aangedaan. Het is bij de droge LMD belangrijk dat u in de gaten houdt of er vertekening gaat optreden in de beelden van de omgeving, zoals een bocht in een raamkozijn of regel van een schrift. Dit kan wijzen op het ontstaan van de ernstiger ‘natte’ vorm.

De ‘natte’ LMD
Deze vorm van LMD wordt ook wel exsudatieve LMD, vochtige LMD, schijfvormige LMD of ziekte van Junius-Kuhnt genoemd. Bij natte LMD verloopt het verlies van het gezichtsvermogen sneller. De natte LMD ontstaat als bloedvaatjes achter de macula gaan groeien, waarbij vocht en bloed in of onder het netvlies terecht komt (daarom wordt dit ‘natte’ LMD genoemd). Bloed beschadigt de lichtgevoelige cellen in het netvlies, dat een snelle en ernstige achteruitgang van het gezichtsvermogen veroorzaakt. Uiteindelijk ontstaat een litteken in de macula met verlies van het centrale zien als gevolg. Opvallend is dat het andere oog nog lange tijd goed kan blijven.

Hoe beïnvloedt LMD het gezichtsvermogen?
Naarmate er meer licht gevoelige cellen in de macula verloren gaan, begint uw gezichtsvermogen te veranderen. Bij de droge LMD vallen er geleidelijk aan kleine stukjes uit het beeld weg. Heel langzaam zal het gezichtsvermogen minder worden. Bij de natte vorm van LMD raken de beelden vervormd, waarna het gezichtsvermogen meestal snel slechter wordt. Uiteindelijk leidt LMD tot een blinde vlek in het centrum van het blikveld. De meeste mensen met LMD behouden een redelijk perifeer gezichtsvermogen. Volledige blindheid, niets meer kunnen zien, komt daarom nauwelijks voor bij LMD.

Onderzoek

Voor het vaststellen van LMD test de oogarts eerst uw gezichtsscherpte. Verder kan men met een bladzijde met ruitjespatroon testen of er vervormingen of andere afwijkingen in het gezichtsvermogen optreden. Dit wordt de Amslertest genoemd. Deze test is zeer geschikt voor zelfcontrole thuis. Indien u vervormingen waarneemt, dient u binnen een week door een oogarts te worden gezien, zo nodig via verwijzing van uw huisarts.

Na verwijden van de pupil door het indruppelen van de ogen kan de oogarts met een lamp en een vergrootglas het volledige netvlies en in het bijzonder de macula onderzoeken. Dit onderzoek wordt "spiegelen" genoemd. Meestal is aanvullend onderzoek noodzakelijk, zoals bijvoorbeeld een scan van het netvlies(OCT scan) of onderzoek met contrastmiddelen (fluorescentie angiogram)

De behandeling van macula degeneratie

Macula degeneratie is een aandoening waarvoor beperkte behandelingsmogelijkheden bestaan bij de ‘natte’ vorm van LMD. In de meeste gevallen waarin behandeling plaatsvindt, kan een stabilisatie van de gezichtsscherpte bereikt worden, in een minderheid van de patiënten kan de gezichtsscherpte verbeteren.

Injecties met Anti-VEGF middelen
Sinds een aantal jaren worden, indien er sprake is van de natte LMD, vaatgroeiremmende geneesmiddelen (anti‐VEGF) toegediend door middel van een intravitreale injectie (zie folder Avastin). Voorbeelden van anti‐VEGF middelen zijn Avastin, Eylea en Lucentis. Door deze middelen stoppen de nieuwe bloedvaatjes met lekken en groeien waardoor verdere achteruitgang tegengegaan wordt en, al is het in een minderheid van de gevallen, een verbetering in gezichtsscherpte kan optreden. Er is gebleken dat de injectie meestal gedurende langere perioden iedere 4 tot 12 weken toegediend moet worden.

Andere behandelopties
In zeldzame gevallen is gebleken dat Argonlaserbehandeling of Photodynamische therapie (PDT) zinvol is.

Hulpmiddelen
Er bestaan voor personen met macula degeneratie verschillende hulpmiddelen die het proces van het minder zien kunnen vergemakkelijken. Deze zogenaamde ‘Low Vision’ hulpmiddelen die u kunt gebruiken zijn onder andere:

  • Telescoopbrillen
  • Vergrootglazen
  • TV-loepen
  • Grootletterboeken/computers

Hiervoor kan uw oogarts u naar Visio in Haren verwijzen.

Wat kunt u doen om uw ogen te beschermen?

  • Draag een beschermende zonnebril, wanneer u in aanraking komt met ultraviolette lichtbronnen (zon, zonnebank).
  • Gebruik voeding met veel fruit en donkere bladgroenten (spinazie, groene kool, boerenkool).
  • Niet roken.
  • Beperk alcoholgebruik.

Voedingssupplementen bij LMD
Onderzoek laat zien dat mensen die een voorstadium van LMD vertonen op de lange termijn mogelijk profijt kunnen hebben van hoge doseringen voedingssupplementen. Deze voedingssupplementen zouden kunnen zorgen voor een vertraging van het ziektebeeld. Ervaring leert ons dat een gevarieerd dieet met veel groene groenten en stoppen met roken de belangrijkste factoren zijn om de progressie van LMD te beperken.

Meer informatie?

Hierboven hebben wij in het kort uitgelegd wat macula degeneratie zoal inhoudt en wat er aan gedaan kan worden. De beschreven standaardbehandelingen kunnen in gevallen, die dat vereisen, aangepast en gewijzigd worden volgens het oordeel van de behandelende specialist.

Wilt u meer weten over uw specifieke geval over deze oogaandoening, belt u ons gerust. Onze specialisten staan graag voor u klaar en geven u deskundig antwoord op al uw vragen.

Een eigen patiëntenvereniging

Er bestaat een patiëntenvereniging voor mensen met macula degeneratie. Deze vereniging legt zich toe op lotgenotencontact, belangenbehartiging, informatieverstrekking en ledenservice. De vereniging geeft een eigen contactblad uit en organiseert een jaarlijks symposium en diverse regionale en huiskamerbijeenkomsten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Macula Vereniging
www.maculavereniging.nl
T (030) 298 07 07

Visio
www.visio.org
T (088) 585 85 85

Bartimeus
www.bartimeus.nl
T (088) 88 99 888

Terug naar het overzicht